vrijdag 1 februari 2019

De Dames van de Horizon - een Striprecensie



“U doet me meer denken aan een soort Hercule Poirot dan aan een purser, wiens taak het is de dames te laten dansen en te waken over het welzijn van de heren…”


Als ik dit album open sla heb ik het gevoel dat ik terug ga naar 1912, het jaar dat de onzinkbare Titanic toch bleek te kunnen zinken. Maar het schip, waar dit verhaal zich af speelt, blijkt niet de Titanic te zijn en is niet 1912 maar de jaren 50. Op de Horizon, zoals het schip heet, bevindt zich een bont gezelschap. De dames, die op de eerste pagina’s geïntroduceerd worden, doen vermoeden dat dit verhaal gaat over een weinig zeggend theekransje. Maar hoewel het tempo van het verhaal niet erg hoog ligt is dit allerminst een saaie grafische novelle. De dames praten over ogenschijnlijk onbelangrijke dingen waarvan ik het idee heb dat deze alleen noodzakelijk zijn om de personages meer diepgang te geven. Maar langzaamaan ontvouwd zich een complexer verhaal waarin niet alleen de Dames van de Horizon, maar ook vele andere opvarenden niet blijken te zijn wie ze zeggen te zijn.


Het gebeurt mij wel eens dat ik strips en grafische novellen van een aantal bepaalde tekenaars verzamel en er later achter kom dat veel van die strips geschreven zijn door dezelfde scenarioschrijver. Dit overkwam mij bij Pierre Christin, die het verhaal voor ‘De Dames van de Horizon’ heeft geschreven. In de jaren 90 ging ik alles van Tardi verzamelen, een van de eerste Tardi strips die ik kocht was ‘Gerommel in de Rouergue’. In dezelfde periode ging ik ook Bilal strips verzamelen, die ik later weer weg deed omdat Bilals kleuren me gingen deprimeren. Maar dat terzijde. Gecharmeerd door de pasteltinten van Annie Goetzinger, die ook ‘De Dames van de Horizon’ heeft getekend, kocht ik ook enkele albums van haar. Op deze manier kreeg ik ongemerkt ook een groeiend aantal albums in mijn collectie waarvan de verhalen door Christin waren geschreven. Toen ik merkte dat ik de verhalen van deze albums ook erg goed vond en er achter kwam dat ze allemaal door dezelfde man waren geschreven besloot ik alles van Pierre Christin te gaan verzamelen. Ik ben zelfs de Bilal albums die ik had weg gedaan weer opnieuw aan het aanschaffen.


Christin had al vaker met Goetzinger samengewerkt voordat ze in 1999 samen ‘De Dames van de Horizon’ maakten. Ik vind dat zijn schrijfstijl heel goed past bij de tekenstijl van Goetzinger. Of misschien is het wel andersom, ze vullen elkaar goed aan in ieder geval. Goetzingers prachtige realistische tekeningen in zachte vriendelijke kleuren passen precies bij het rustige tempo van het verhaal. ‘De Dames van de Horizon’ heeft een intrigerend plot dat prima zonder achtervolgingen en vechtpartijen kan.

dinsdag 1 januari 2019

Titanic - een Striprecensie

 

‘Één ding is zeker: er komt een moment waarop men niets meer heeft aan zijn dollars, zijn kasteel in de Bourgogne of zijn fabriek in het Roergebied…’

Deze uitspraak is misschien meer iets voor op een tegeltje, maar het is ook een waarheid als een koe en het geeft precies de kern van het verhaal van ‘Titanic’ weer. Hoewel deze grafische novelle zich afspeelt op het beroemdste schip dat ooit is gebouwd, is het geen uiteenzetting over het hoe en waarom de Titanic zonk of over de opvarenden en overlevenden. De fictieve personages in dit avontuur hebben zo hun eigen problemen, ambities en doelen in het leven waarvan wij als lezer natuurlijk al weten dat deze er snel genoeg helemaal niet meer toe zullen doen.


‘Als een drama de normale afmetingen van het aanvaardbare overschrijdt, verliest het verhaal van de acteurs onvermijdelijk alle subjectiviteit.’ Dwaa??? Oh ja het is een grafische novelle van Attilio Micheluzzi. Ik moet altijd even wennen aan zijn schrijfstijl. Gelukkig is zijn taalgebruik minder wollig in de rest van de strip en slaagt hij er buitengewoon goed in om een helder en goed te volgen avontuur te schrijven. Ook weet hij de tijdsgeest van 1912 goed weer te geven. Overal had je anarchisten die, ondanks dat ze allemaal zo hun eigen doel hadden, het er allemaal over eens waren dat de rijken de oorzaak waren van al hun problemen. En de rijken waren ook over de hele wereld hetzelfde. In Micheluzzi’s eigen woorden; ‘Algemeen wordt aangenomen dat materiële rijkdom straffeloos bepaalde overtredingen toestaat van wat men “de heersende zeden” noemt.’ Met een ander woord ook wel klassenjustitie genoemd. Het bestaat tegenwoordig ook nog steeds, maar met het verschil dat in 1912 de heersende klasse er nog op vertrouwde dat protesten met harde hand door de politie neergeslagen zouden worden. Maar daar zou snel genoeg verandering in komen want vier jaar later stak een Bosnische Serviër het lont in het kruitvat van de wereld aan.


Ik ben altijd mateloos gefascineerd geweest in de eerste 40 jaar van de vorige eeuw, maar gebeurtenissen die omhult worden door mysteries uit die periode vind ik nog het interessantst. Het is dus niet zo vreemd dat mijn interesse ook uit gaat naar de geschiedenis van de Titanic. Toen Micheluzzi’s grafische novelle in 1990 gepubliceerd werd waren er nog genoeg onopgeloste mysteries rond het zinken van de Titanic, maar Micheluzzi heeft er goed aan gedaan om de verleiding om daar wat mee te doen te weerstaan. Het zou het verhaal onnodig gecompliceerd hebben gemaakt. Hoewel ik een historische grafische novelle over de Titanic of een grafische biografie van kapitein Edward Smith’s laatste jaren erg interessant zou vinden. Het laatste zou ik zeker zeer waarderen omdat de goede man meer dan een eeuw ten onrechte vaak als schuldige is aangewezen. Zijn beslissing om sneller te gaan varen was niet genomen uit roekeloosheid, maar om zo het smeulende vuur in de kolenbunker te kunnen bedwingen. Het vervelende van dit soort mysteries is dat als er zo ontzettend lang gespeculeerd wordt en er zoveel theorieën zijn ontstaan, het moeilijk te accepteren is dat er een simpele verklaring is waar niet eenduidig één schuldige voor aan te wijzen is. Het maakt het des te moeilijker om iemands naam te zuiveren. Complot theorieën zijn zoveel interessanter. Ik moet eerlijk bekennen dat ik die ook interessanter vind, maar ik besef ook wel dat dingen in het echte leven vaak niet zo gecompliceerd zijn. De Titanic, het verhaal van hoogmoed, altijd groter, beter en luxer willen dat eindigde in een massagraf, blijkt nu in eens heel anders in elkaar te zitten. Maar, zoals wel vaker het geval is, dwaal ik nu af.


Micheluzzi’s realistische tekenwerk is weer prima. Enige kanttekening is dat ik de inkleuring hier en daar een beetje la la vind gedaan. Maar afgezien van dat vind ik dit het beste Micheluzzi album dat ik tot nu toe gelezen heb.



zaterdag 1 december 2018

Blake en Mortimer: De 3 formules van professor Sato - een Striprecensie


(Herziene Versie)


‘Hij klimt razend snel! Maakt een steile bocht en duikt naar beneden! Recht op ons af! Maar dat is geen vliegende schotel! Het is een… RYU!’


Een Japanse piloot verongelukt nadat hij tijdens een vlucht een Japanse vliegende draak heeft gezien. Niet veel later nodigt professor Sato zijn vriend Mortimer uit om zijn gloed nieuwe creatie te komen bekijken. Maar aartsvijand Olrik ligt op de loer om misbruik te maken van zijn nieuwe uitvinding. Maar Sato is wel zo slim om de formule op te splitsen en op drie verschillende locaties te verbergen. Wanneer er toch het een en ander mis gaat worden Blake en Mortimer ingeschakeld om de boel te redden.


Ik vind ‘De 3 formules van professor Sato’ zeker niet Jacobs origineelste verhaal en het heeft niet de vaart en spanning van ‘Het Halssnoer van de Koningin’ en ‘Het Raadsel van Atlantis’, maar de verhaalstructuur is degelijk en daar is op zich niets mis mee. Ik vind ‘De 3 formules…’ zeker ook niet Jacobs slechtste verhaal. Bij ‘De Valstrik’ verviel hij, naar mijn smaak, een beetje te veel in pratende koppen, dat is bij dit album zeker niet het geval.


Wat ik interessant vind aan deze strip is dat het eerste en tweede deel door twee verschillende tekenaars zijn getekend. Nu gebeurt het wel vaker dat een serie na de dood van de bedenker wordt over genomen door anderen, maar het gebeurt niet vaak dat één verhaal door twee verschillende tekenaars wordt getekend. En al helemaal niet dat iedere tekenaar precies de helft tekent. Deel één is helemaal door Jacobs getekend en deel twee is helemaal door Bob de Moor getekend. Dat maakt het voor mij natuurlijk extra leuk om de tekenstijlen te vergelijken. Het zal ongetwijfeld ook voor Bob de Moor een spannende opdracht zijn geweest. Het is altijd moeilijk om in de voetsporen te treden van iemand die in groot aanzien staat.


Het eerste deel verscheen al in 1971 en 1972 in het weekblad Kuifje en in 1977 verscheen het in album vorm. Jacobs werkte nog wel aan het tweede deel, maar heeft het nooit af kunnen maken. Hij stierf in 1987. Van het tweede deel van ‘De 3 Formules van Professor Sato’ liet hij een compleet scenario en een paar schetsen na. Bob de Moor mocht het afmaken en in 1990 konden stripliefhebbers dan eindelijk lezen hoe het verhaal af liep.


Jacobs is zijn hele leven lang bezig geweest om zijn tekenstijl te perfectioneren. Gevolg van dat, wat doorgeslagen, perfectionisme was dat hij steeds langer er over deed om een album te voltooien. Jammer natuurlijk voor de Blake en Mortimer liefhebbers, maar ik vind toch dat hij steeds beter is gaan tekenen. Ik heb het gevoel dat zijn tekenstijl vlotter en dynamischer is geworden. Wat natuurlijk opmerkelijk is aangezien hij er langer aan gewerkt heeft. De lijnen lijken vloeiender op papier gezet. Ik zou bijna het woord ‘schwung’ willen gebruiken, maar dat is wat te overdreven.


En dan hebben we het tweede deel van Bob de Moor. Mijn eerste indruk was dat het zeker slechter was dan dat van Jacobs. Ik had het gevoel dat hij meer terug greep naar de stijl van Jacobs begin periode. Maar misschien speelt ook mee dat ik van te voren wist dat een ander het getekend had en dat ik daardoor onbewust niet onbevooroordeeld ben begonnen met het lezen van het tweede deel. Toen ik de tekeningen ging vergelijken merkte ik dat ik soms even op de voorkant moest checken naar wiens tekening ik aan het kijken was. Dit is toch wel het teken dat De Moor beter werk heeft afgeleverd dan ik in eerste instantie dacht. Ik weet niet precies hoe lang De Moor de tijd heeft gekregen om dit tweede deel te maken, maar het kan vast niet meer dan drie jaar geweest zijn. Vergeleken met Jacobs zou dit een afgeraffeld broddelwerkje moeten zijn, maar dit is zeker niet het geval.


Bij deze heb ik gemerkt dat het zeker de moeite waard is om zo af en toe ook de albums die in mijn geheugen gegrift staan als minder te herlezen en herwaarderen. Ik ben ‘De 3 Formules van Professor Sato’ zeker meer gaan waarderen.

donderdag 1 november 2018

Eva - een Striprecensie


‘Neem me niet kwalijk, ik heb hier vlakbij pech gekregen met de auto. Mag ik misschien even een garage bellen?’


Als Sanne deze vraag stelt aan de vreemde bewoner van een verlaten landhuis denk ik gelijk; gaat dit een tweederangs horror verhaal of slechte pornostrip worden? Gelukkig blijkt het geen van beiden te zijn. Hoewel de spanning soms wel om te snijden is en er hier en daar wel een verdwaalde blote borst voorbij komt, trouwens.


Gastheer Yvan houd er een vreemde hobby op na, het bouwen van levens echte robots. Nu is dat op zich nog niet zo vreemd, maar zijn houding ten opzichte van hen wel. Hij voert hele gesprekken met ze en behandeld ze alsof het echte mensen zijn. Sanne, die natuurlijk noodgedwongen een tijdje moet blijven logeren, ontmoet al snel de even vreemde tweelingzus van Yvan; Eva. Een beklemmend verhaal met een spannende ontknoping volgt.


Deze strip komt uit een van mijn favoriete reeksen; de Wordt Vervolgd Romans. De reden hiervoor is omdat uitgeverij Casterman de schrijvers en tekenaars ruim de gelegenheid geeft om het verhaal goed te structureren. Omdat niet alles in 48 pagina’s gepropt hoeft te worden kunnen de schrijvers de personages ook wat meer diepgang geven.


En schrijver en tekenaar Comes neemt daar ook ruim de tijd voor. Hoewel het tempo van ‘Eva’ uit 1985 wat lager ligt dan de films van de master of suspense voelt deze grafische novelle toch wat Hitchcockeriaans aan. ‘Eva’ is een degelijke psychologische thriller waarvan de verhaalstructuur en spanningsopbouw mij wat doet denken aan Psycho. Comes’ liefde voor film is niet alleen terug te zien in de manier waarop hij het verhaal in beeld brengt, maar ook in het feit dat hij diverse filmsterren in zijn verhaal verwerkt. Op zichzelf staand zijn ze niet belangrijk voor het verhaal, maar als groep vormen ze wel degelijk een belangrijk onderdeel.


Dit is het tweede album van Comes dat ik lees. Het eerste was ‘De levende God’ uit 1980, het eerste album uit de Casterman reeks ‘Een strip, een auteur’. Zoals ik al in een eerdere recensie over dit album schreef had ik daar wat gemengde gevoelens over. Met ‘Eva’ laat hij zien dat hij zich, in de vijf jaar die tussen deze albums zitten, razend snel heeft ontwikkeld tot een goede scenarist. Ik wil niet zover gaan hem, na he lezen van deze twee albums, het predikaat briljant te geven, maar ik heb er geen twijfels over dat hij dat niveau later in zijn leven wel bereikt heeft. Helaas is hij in 2013 overleden. Zijn laatste album maakte hij in 2006. Deze is getiteld ‘De Laatste’. Toepasselijk? Ik weet het niet, maar het maakt me wel nieuwsgierig.

maandag 1 oktober 2018

De Dochter van de Professor - een Striprecensie

(geschreven op 14-06-1998)


Dit door Dupuis uitgebrachte meesterwerk is in de verkeerde reeks beland: namelijk de Collectie 'Vrolijke Vlucht'. Veel van de andere albums in deze serie hebben een wat banale humor. Daarom mist het de aandacht die het verdient. Het is een verhaal over een onmogelijke liefde tussen een oeroude Egyptische farao en de mooie dochter van een archeoloog. Dit was erg ongewoon tijdens de dagen van koningin Victoria. Het is trouwens nu nog steeds een beetje vreemd dat een jong meisje valt voor de charmes van een mummy die niet zo dood is als hij zou moeten zijn. Om nog maar te zwijgen over het beantwoorden van deze liefde door de mummy.


Emmanuel Guibert en Joann Sfar zijn de mannen die dit vreemde romantische verhaal hebben gecreëerd. Op pagina één lijkt het of je midden in een verhaal bent terecht gekomen, maar toch voelt het niet dat je wat belangrijks hebt gemist. Op deze manier weten de heren al een lekkere vaart in het verhaal te krijgen. Het verhaal verandert geregeld van richting en verrast me telkens. De humor is in de trant van Monty Python's Flying Circus, alles lijkt onwerkelijk. Maar inplaats van te schaterlachen, moet ik het hele verhaal door glimlachen.


De tekeningen zijn geïnspireerd op oude films van Charlie Chaplin, Buster Keaton en Harold Lloyd. De lichaamstaal en expressie op de gezichten van de karakters zijn overdreven. In stomme films was dit gewoon, omdat de acteur niet kon zeggen dat hij blij of ongelukkig was, hij had immers geen stem. In één scene opent de dochter van de professor haar ogen zo wijd mogelijk en haar wenkbrauwen verdwijnen bijna boven op haar hoofd. Ze brengt haar hand naar haar opengesperde mond en kijkt naar het lijk. Wanneer haar vader het lijk ziet en vraagt wat dit allemaal te betekenen heeft antwoordt ze: 'Oh jee! Nooit gezien! Zou die daar al lang liggen, denk je?'. Terwijl ze zelf precies weet wat er gebeurt is. Het zou zo een scene uit een zwijgende film kunnen zijn.


Guibert neemt de ruimte om de personages goed vorm te geven. Hoewel de omgeving duidelijk een minder belangrijke plaats inneemt beslaan sommige tekeningen soms een hele pagina. De belichting is contrastrijk en sommige scenes zijn monochroom van kleur. De houtskoollijnen zijn bedachtzaam op de juiste plek neer gezet. De aquarel inkleuring is erg zacht en nonchalant. Zo lijken zelfs de dikke personages licht.


De dochter van de professor is een kunstwerk. Zowel het verhaal als de tekeningen zijn van hoge kwaliteit. Je zou haast elke afbeelding eruit willen halen, vergroten en aan de muur hangen. Nou ja, ik zou dat in ieder geval wel willen.


zaterdag 1 september 2018

Mozart en Casanova - een Striprecensie


‘Mag ik voor één avond uw schoothondje zijn, mevrouw?’
Met deze versiertruc heeft de in vermomming gestoken Wolfgang Amadeus Mozart bij zijn eigen vrouw weinig succes. Nee deze methode helpt hem niet bij het schrijven van een opera over Don Giovanni. Hij moet een andere manier zien te vinden om zich in de beroemdste vrouwenverleider van Sevilla in te leven. Zijn vriend Da Ponte weet precies de juiste manier. Er is namelijk een even beroemde vrouwenversierder die, hoewel al op hoge leeftijd, hem precies kan vertellen wat er nodig is om het hart van iedere vrouw te doen smelten. Giacomo Casanova.


Een origineel verhaal met ingenieuze plotwendingen volgt. Mozart raakt verstrikt in een net van spionnen, moord en andere duistere zaakjes. Schrijver en tekenaar Matena weet niet alleen met zijn illustraties het 18e eeuwse Wenen goed weer te geven, maar hij heeft zich ook goed verdiept in de levens van zowel Mozart als Casanova. Deze strip is zeker geen biografie van de twee mannen en de ontmoeting tussen de twee is ongetwijfeld fictie, maar hierin schuilt nu juist de kracht van deze grafische novelle. In de muziek wordt wel eens gezegd dat je pas goed kunt improviseren als je het muziekstuk door en door kent. Of was dat nou bij acteren? Maakt niet uit. Voor het schrijven van dit verhaal geldt ongetwijfeld hetzelfde. Matena pikt juist die paar elementen uit beide levens van de mannen die hij goed kan gebruiken in zijn verzonnen verhaal. Omgekeerd zal ongetwijfeld ook het geval zijn geweest. De elementen uit de levens van beide mannen zullen ook een inspiratiebron zijn geweest bij het schrijven van het verhaal.


Hoewel ik grote bewondering heb voor Matena’s bijdrage aan de herwaardering van het stripverhaal door het in stripvorm gieten van klassiekers uit de literatuur moet ik bekennen dat ik toch de voorkeur geef aan strips zoals deze. ‘Mozart en Casanova’ mag dan geen literatuur zijn, maar het behoort toch zeker tot de top van de stripfictie.



woensdag 1 augustus 2018

Fats Waller - een Striprencensie



‘Ik wil de tederheid van een vrouw. Ik wil me bedrinken zonder drank. Ik wil honderd musicals schrijven, duizend liedjes en een treurspel.’
Dit zei jazz legende Fats Waller een keer tegen die andere jazz grootheid Earl Hines.


De grafische novelle ‘Fats Waller’ gaat over het tragische leven van een van de meest invloedrijke jazz muzikanten die leefde in een onzekere en deprimerende tijd. Normaal gesproken zijn dit de ingrediënten die je liever in de kast zou willen laten staan ware het niet dat Wallers muziek zo vrolijk was geweest. Maar uit papier komt geen muziek. Toch weet scenarist Carlos Sampayo er een boeiend verhaal van te maken door er voor te kiezen een impressie te geven van de man en de tijd waarin hij leefde. Niet alleen Fats had behoefte aan vrolijke muziek, maar vrijwel iedereen in die tijd. Als het niet was omdat je al je geld had verloren in de beurskrach van 1929 dan was het wel omdat er politieke en sociale onrust was of oorlog. De gewone man in de straat had platen van hem, de kardinaal hield zelfs van zijn ‘zondige’ muziek, nazi’s en hun sympathisanten filosofeerden over hoe het toch mogelijk was dat een zwarte zo’n groot muzikaal talent kon hebben en of het dan ook mogelijk kon zijn dat Joden muzikaal superieur aan het arische ras was.


Sampayo behandeld alleen de belangrijkste elementen uit het leven van Fats Waller en wisselt deze af met fragmenten uit het leven van fictieve figuren die zich op keerpunten in de geschiedenis bevinden. Hierdoor krijgen we een goed inzicht in de impact die Waller met zijn muziek maakte. Sampayo heeft dit zo goed gedaan dat ik het hem graag vergeef dat hij de dood van Waller niet goed genoeg heeft omschreven.


De tekeningen van Igort zijn wat aan de kunstzinnige kant. Het is even wennen, maar als ik ze beter bekijk kan ik er hier en daar wat expressionistische elementen in ontdekken die vaag aan de schilderijen van Modigliani doen denken. Wat ik dan wel weer heel toepasselijk vind aangezien het expressionistische tijdperk liep van 1905 tot 1940 en Fats Waller leefde van 1904 tot 1943.


Fats Waller heeft nooit geluk in de liefde gehad, heeft zich nooit kunnen bedrinken zonder drank, hij heeft geen honderd musicals geschreven, geen duizend liedjes en geen treurspel. Maar hij heeft wel 500 composities, 360 opgenomen stukken en een onbekend aantal musicals gemaakt. Ook toch heel indrukwekkend. Ik ken geen enkele andere muzikant die dat gepresteerd heeft.