maandag 1 oktober 2018

De Dochter van de Professor - een Striprecensie

(geschreven op 14-06-1998)


Dit door Dupuis uitgebrachte meesterwerk is in de verkeerde reeks beland: namelijk de Collectie 'Vrolijke Vlucht'. Veel van de andere albums in deze serie hebben een wat banale humor. Daarom mist het de aandacht die het verdient. Het is een verhaal over een onmogelijke liefde tussen een oeroude Egyptische farao en de mooie dochter van een archeoloog. Dit was erg ongewoon tijdens de dagen van koningin Victoria. Het is trouwens nu nog steeds een beetje vreemd dat een jong meisje valt voor de charmes van een mummy die niet zo dood is als hij zou moeten zijn. Om nog maar te zwijgen over het beantwoorden van deze liefde door de mummy.


Emmanuel Guibert en Joann Sfar zijn de mannen die dit vreemde romantische verhaal hebben gecreëerd. Op pagina één lijkt het of je midden in een verhaal bent terecht gekomen, maar toch voelt het niet dat je wat belangrijks hebt gemist. Op deze manier weten de heren al een lekkere vaart in het verhaal te krijgen. Het verhaal verandert geregeld van richting en verrast me telkens. De humor is in de trant van Monty Python's Flying Circus, alles lijkt onwerkelijk. Maar inplaats van te schaterlachen, moet ik het hele verhaal door glimlachen.


De tekeningen zijn geïnspireerd op oude films van Charlie Chaplin, Buster Keaton en Harold Lloyd. De lichaamstaal en expressie op de gezichten van de karakters zijn overdreven. In stomme films was dit gewoon, omdat de acteur niet kon zeggen dat hij blij of ongelukkig was, hij had immers geen stem. In één scene opent de dochter van de professor haar ogen zo wijd mogelijk en haar wenkbrauwen verdwijnen bijna boven op haar hoofd. Ze brengt haar hand naar haar opengesperde mond en kijkt naar het lijk. Wanneer haar vader het lijk ziet en vraagt wat dit allemaal te betekenen heeft antwoordt ze: 'Oh jee! Nooit gezien! Zou die daar al lang liggen, denk je?'. Terwijl ze zelf precies weet wat er gebeurt is. Het zou zo een scene uit een zwijgende film kunnen zijn.


Guibert neemt de ruimte om de personages goed vorm te geven. Hoewel de omgeving duidelijk een minder belangrijke plaats inneemt beslaan sommige tekeningen soms een hele pagina. De belichting is contrastrijk en sommige scenes zijn monochroom van kleur. De houtskoollijnen zijn bedachtzaam op de juiste plek neer gezet. De aquarel inkleuring is erg zacht en nonchalant. Zo lijken zelfs de dikke personages licht.


De dochter van de professor is een kunstwerk. Zowel het verhaal als de tekeningen zijn van hoge kwaliteit. Je zou haast elke afbeelding eruit willen halen, vergroten en aan de muur hangen. Nou ja, ik zou dat in ieder geval wel willen.


zaterdag 1 september 2018

Mozart en Casanova - een Striprecensie


‘Mag ik voor één avond uw schoothondje zijn, mevrouw?’
Met deze versiertruc heeft de in vermomming gestoken Wolfgang Amadeus Mozart bij zijn eigen vrouw weinig succes. Nee deze methode helpt hem niet bij het schrijven van een opera over Don Giovanni. Hij moet een andere manier zien te vinden om zich in de beroemdste vrouwenverleider van Sevilla in te leven. Zijn vriend Da Ponte weet precies de juiste manier. Er is namelijk een even beroemde vrouwenversierder die, hoewel al op hoge leeftijd, hem precies kan vertellen wat er nodig is om het hart van iedere vrouw te doen smelten. Giacomo Casanova.


Een origineel verhaal met ingenieuze plotwendingen volgt. Mozart raakt verstrikt in een net van spionnen, moord en andere duistere zaakjes. Schrijver en tekenaar Matena weet niet alleen met zijn illustraties het 18e eeuwse Wenen goed weer te geven, maar hij heeft zich ook goed verdiept in de levens van zowel Mozart als Casanova. Deze strip is zeker geen biografie van de twee mannen en de ontmoeting tussen de twee is ongetwijfeld fictie, maar hierin schuilt nu juist de kracht van deze grafische novelle. In de muziek wordt wel eens gezegd dat je pas goed kunt improviseren als je het muziekstuk door en door kent. Of was dat nou bij acteren? Maakt niet uit. Voor het schrijven van dit verhaal geldt ongetwijfeld hetzelfde. Matena pikt juist die paar elementen uit beide levens van de mannen die hij goed kan gebruiken in zijn verzonnen verhaal. Omgekeerd zal ongetwijfeld ook het geval zijn geweest. De elementen uit de levens van beide mannen zullen ook een inspiratiebron zijn geweest bij het schrijven van het verhaal.


Hoewel ik grote bewondering heb voor Matena’s bijdrage aan de herwaardering van het stripverhaal door het in stripvorm gieten van klassiekers uit de literatuur moet ik bekennen dat ik toch de voorkeur geef aan strips zoals deze. ‘Mozart en Casanova’ mag dan geen literatuur zijn, maar het behoort toch zeker tot de top van de stripfictie.



woensdag 1 augustus 2018

Fats Waller - een Striprencensie



‘Ik wil de tederheid van een vrouw. Ik wil me bedrinken zonder drank. Ik wil honderd musicals schrijven, duizend liedjes en een treurspel.’
Dit zei jazz legende Fats Waller een keer tegen die andere jazz grootheid Earl Hines.


De grafische novelle ‘Fats Waller’ gaat over het tragische leven van een van de meest invloedrijke jazz muzikanten die leefde in een onzekere en deprimerende tijd. Normaal gesproken zijn dit de ingrediënten die je liever in de kast zou willen laten staan ware het niet dat Wallers muziek zo vrolijk was geweest. Maar uit papier komt geen muziek. Toch weet scenarist Carlos Sampayo er een boeiend verhaal van te maken door er voor te kiezen een impressie te geven van de man en de tijd waarin hij leefde. Niet alleen Fats had behoefte aan vrolijke muziek, maar vrijwel iedereen in die tijd. Als het niet was omdat je al je geld had verloren in de beurskrach van 1929 dan was het wel omdat er politieke en sociale onrust was of oorlog. De gewone man in de straat had platen van hem, de kardinaal hield zelfs van zijn ‘zondige’ muziek, nazi’s en hun sympathisanten filosofeerden over hoe het toch mogelijk was dat een zwarte zo’n groot muzikaal talent kon hebben en of het dan ook mogelijk kon zijn dat Joden muzikaal superieur aan het arische ras was.


Sampayo behandeld alleen de belangrijkste elementen uit het leven van Fats Waller en wisselt deze af met fragmenten uit het leven van fictieve figuren die zich op keerpunten in de geschiedenis bevinden. Hierdoor krijgen we een goed inzicht in de impact die Waller met zijn muziek maakte. Sampayo heeft dit zo goed gedaan dat ik het hem graag vergeef dat hij de dood van Waller niet goed genoeg heeft omschreven.


De tekeningen van Igort zijn wat aan de kunstzinnige kant. Het is even wennen, maar als ik ze beter bekijk kan ik er hier en daar wat expressionistische elementen in ontdekken die vaag aan de schilderijen van Modigliani doen denken. Wat ik dan wel weer heel toepasselijk vind aangezien het expressionistische tijdperk liep van 1905 tot 1940 en Fats Waller leefde van 1904 tot 1943.


Fats Waller heeft nooit geluk in de liefde gehad, heeft zich nooit kunnen bedrinken zonder drank, hij heeft geen honderd musicals geschreven, geen duizend liedjes en geen treurspel. Maar hij heeft wel 500 composities, 360 opgenomen stukken en een onbekend aantal musicals gemaakt. Ook toch heel indrukwekkend. Ik ken geen enkele andere muzikant die dat gepresteerd heeft.

zondag 1 juli 2018

Hoog Water - een Striprecensie


In fictie werkt het in de meeste gevallen zo: de held wil iets, komt in de problemen, moet een aantal obstakels overwinnen, vaak gaat dat gepaard met een strijd tegen een boef, en aan het einde bereikt hij of zij het doel waarmee het allemaal begonnen is. Maar zo af en toe kom je een verhaal tegen zoals ‘Hoog Water’. Deze grafische novelle begint op de klassieke manier. Een knappe jonge zeilster komt in de problemen en wordt opgepikt door een groot vrachtschip. Al snel blijkt dat het motief voor deze reddingsactie geen humanitaire is. We hebben een held, we hebben een schurk en we hebben het eerste obstakel; op volle zee is vluchten namelijk niet zo eenvoudig. Maar na 20 pagina’s, als het goed spannend begint te worden, lijkt scenarist Daniel Pecqueur een heel ander verhaal te beginnen. Langzaam aan blijkt dat een heel ander personage de hoofdrol speelt in deze grafische novelle.


Met dit deel uit de reeks Beeldromans bewijst Pecqueur een briljant scenarioschrijver te zijn. Van begin tot eind weet hij me te boeien. Het hele verhaal vraag ik mij af; waar gaat dit heen? Er lijkt een diepere boodschap verborgen te zitten, maar wat? Aan het eind lijkt het duidelijk te worden, maar ik weet zeker dat als ik deze strip voor een tweede keer lees ik zeker net zo geboeid zal raken als de eerste keer. En waarschijnlijk zal ik er ook weer nieuwe dingen in ontdekken. Maar niet alleen de verhaalstructuur is heel erg goed. De dialogen lopen ook vlekkeloos en er zitten een aantal leuke grinnik momenten in. Iedereen die wel eens een thriller of horror film heeft gezien weet dat het niet zo verstandig is om je dubieuze gastheer een gek te noemen en vervolgens vrijwillig mee te gaan naar het ruim.
Dit is zeker geen onkunde van Pecqueur. Wanneer dit moment zich voor doet weten we al dat onze knappe zeilster niet dom is en al door heeft dat er iets niet pluis is op het schip. Niet alleen gebruikt Pecqueur deze cliche als grap, hij bereidt op deze manier de lezer ook voorzichtig voor op het feit dat ze niet de hoofdpersoon is.


De prachtige realistische tekeningen van Jean-Pierre Gibrat maken het geheel helemaal af. Gibrat weet de soms wat bizarre elementen in het verhaal heel goed te vertalen naar beeldtaal. De stijl doet me hier en daar wat denken aan die van Manara.


Bij mijn weten is dit de enige keer dat Gibrat en Pecqueur samen hebben gewerkt, maar ik denk niet dat ik de enige ben die deze combinatie graag nog eens een keer terug zou willen zien.

vrijdag 1 juni 2018

Schaduw van de Wraak - een Striprecensie


1879. Groot Britannië was zich al enige tijd bewust geworden van het feit dat Rusland haar oog had laten vallen op India en van plan was om via Afghanistan de Britse kolonie te veroveren. In de zomer van dat jaar zou de dramatische belegering van de Britse Residentie in Kaboel plaats vinden. Maar zover is het nog niet en Reginald Winkie, zoon van de directeur van de East India Company en een mooie Indiase vrouw, is alleen maar geïnteresseerd in mooie vrouwen, bridge en opium roken.


Het was in de 19e eeuw heel gewoon voor Britse kolonisten om te trouwen met inheemse vrouwen. In tegenstelling wat tegenwoordig gedacht wordt pasten de Britten zich aan aan de gewoonten van de bezette gebieden. Zo droegen ze in het dagelijks leven dezelfde kleding als de lokale bevolking. Alleen bij officiële gelegenheden ging het kostuum of uniform aan. Dit werd door de Britse regering niet als een probleem gezien. Hoewel men het wel bezwaarlijk vond dat ambassadeur James Achilles Kirkpatrick moslim werd. Na het pensioen waren de vrouwen ook van harte welkom in Engeland. Op hun beurt pasten deze dames zich helemaal aan aan de Britse gewoonten. Hoewel de integratie dus uitstekend ging worstelden de meeste ouders met in welke traditie ze de kinderen het best zouden kunnen opvoeden. Winkies ouders, die stierven toen hij nog een tiener was, voeden hem Brits op. Maar de tijden waren aan het veranderen. Interracial trouwen werd minder geaccepteerd en op halfbloed kinderen werd neer gekeken. Als Winkies getrouwde vriendin vermoord wordt kan het dan ook niet uit blijven dat men hem de moord in de schoenen probeert te schuiven.


Winkie’s enige kans om zijn onschuld te bewijzen is om op de vlucht te slaan en er achter zien te komen wie de werkelijke moordenaar is. Ongewild raakt hij verwikkeld in een strijd die de zijne niet is en beseft dat nog de Britten, nog de Indiase bevolking hem accepteren. En de Afghanen accepteren hem alleen maar als hij zich aansluit bij de strijd tegen de Britten. Afghanistan was een van de weinige koloniën die tot dan toe nog niet volledig was onderworpen aan blanke overheersers en dat wilden de Afghanen graag zo houden.


‘Schaduw van de Wraak’ is meer een grafische roman dan een geschiedkundige verhandeling. Hoewel het verhaal zich afspeelt in de 19e eeuw is er toch zeker een link naar het heden. Niet alleen zullen mensen van gemengd bloed zich goed kunnen verplaatsen in de held van dit verhaal, maar het toont ook een land in een constante oorlog die tot op de dag, hoewel de deelnemers veranderd zijn, nog niet beëindigd is.
Zowel het verhaal als de tekeningen zijn van de Italiaanse Attilio Micheluzzi. Micheluzzi geeft er de voorkeur aan om zijn fictive figuren te situeren in historische gebeurtenissen. Zijn ‘Marcel Labrume’ strips spelen zich af in Syrië tijdens de Tweede Wereldoorlog, ‘Operatie Königsberg’ en de ‘Petra Cherie’ strips spelen zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog, Siberië speelt zich af tijdens de Russische Revolutie en Titanic gaat over de beroemdste scheepsramp aller tijde. Micheluzzi begint ‘Schaduw van de Wraak’ met het introduceren van alle personages. Mijn eerste gedachte was; Als je hiervoor drie pagina’s nodig hebt maak je het jezelf wel erg ingewikkeld’, maar het valt mee. De meeste personages komen maar even voorbij en zijn voornamelijk bedoeld om te voorkomen dat er te veel pagina’s gebruikt moeten worden om relaties tussen mensen te laten zien en motieven voor bepaalde handelingen te verklaren. Hier ligt ook gelijk een beetje het zwakke punt van het verhaal. Het voelt alsof alles net iets te compact in elkaar zit. Zelf had ik graag een pagina of twee extra gezien die wat meer vertelden over de intriges voorafgaand aan de belegering van de Britse residentie in Kabul. Maar al met al is dit verhaal beter te volgen dan Micheluzzi’s ‘Marcel Labrume’ strips.


De realistische tekeningen zijn prachtig. De inkleuring is hier en daar wat nonchalant, maar dat wordt dan weer goed gemaakt door de intensiteit. In warme landen (in Afghanistan kunnen de temperaturen in de zomer oplopen tot meer dan 40 graden) komen de kleuren wat intenser over dan hier.


Alle plussen en minnen opgeteld heeft Micheluzzi met ‘Schaduw van de Wraak’ een prima album afgeleverd.

Attilio Micheluzzi op Wikipedia
Attilio Micheluzzi op de Comiclopdia

dinsdag 1 mei 2018

Legende en Waarheid over Goudkopje - een Striprecensie


Misdaad, verraad en de speling van het lot. Het zijn niet de meest vrolijke en originele thema’s, maar Goetzinger, die zowel het verhaal heeft geschreven als voor het tekenwerk heeft gezorgd, weet in 46 pagina’s toch een interessante strip af te leveren.


‘Legende en waarheid over Goudkopje’ begint met twee Parijse bendes die flinke mot met elkaar hebben. Als het uit loopt op een steekpartij en de politie er zich mee begint te bemoeien moet de koningin van het trottoir Amélie Hélie, alias Goudkopje, zichzelf zien te redden.


Het is een verademing dat het nu eens niet de mannen zijn die de hoofdrol spelen in een verhaal over de onderwereld. Nee de mannen blijken zelfs de speelbal te zijn van de prostituee uit de titel. Als ik de strip uit heb bekruipt mij een gevoel van leegte. Het is niet dat ik teleurgesteld ben, maar ik moet toch even nadenken. In eerste instantie dacht ik dat dat gevoel kwam omdat het verhaal wat oppervlakkig lijkt. Goetzinger rijgt een aantal situaties aan elkaar tot één verhaal, maar als ik de stip nog een tweede keer door blader besef ik dat het allerminst als los zand aan elkaar hangt. Het heeft allemaal te maken met het karakter van Goudkopje. Ze is door één foute beslissing in de prostitutie geraakt en besluit wraak te nemen op de mannen die haar in deze situatie gebracht hebben. Toch is dit geen verhaal van vergelding. De situaties waarin ze zich kan wreken dienen zich als per toeval aan. Maar koelbloedig wraak nemen blijkt niet zo makkelijk. Misschien leg ik er te veel in maar ik zie een tegenstrijdigheid in het karakter van Goudkopje. Aan de ene kant wil ze deze man straffen, maar aan de andere kant houdt ze ook van deze misdadiger. Maar ze heeft geen tijd om er te veel over na te denken, ze is sowieso niet iemand die ver vooruit denkt. Dat is ook de reden dat ze van de ene situatie in de andere valt.


Als Goetzinger wat meer pagina’s tot haar beschikking zou hebben gehad zou ze zeker het verhaal nog meer kunnen uitdiepen en interessanter gemaakt kunnen hebben. Haar tekenwerk is in ieder geval weer prachtig en ook de grafische vormgeving verdient een pluim. De vlakverdeling is prachtig en doet zeker denken aan de jugendstil die zo populair was in de tijd dat dit verhaal zich afspeelt. Enig minpuntje wat ik kan bedenken is de ingekleurde tekstballonnetjes die soms wat donker zijn waardoor de tekst wat moeilijker te lezen is. Maar dat is natuurlijk makkelijk te verhelpen met een extra lampje.

Annie Goetzinger op Wikipedia
Annie Goetzinger op de Comiclopedia
Legende en waarheid over Goudkopje op Stripinfo.be
Legende en waarheid over Goudkopje op Catwiki

zondag 1 april 2018

Kuifje in het land van de Sovjets - een Striprecensie


Deze recensie gaat over misschien wel de beroemdste verslaggever uit de geschiedenis van de journalistiek. Eigenlijk best wel triest dat dit een fictieve figuur betreft en dat die bedacht is door een man met een twijfelachtige reputatie. Ik heb het natuurlijk over de razende reporter Kuifje. Hergé maakte ‘Kuifje in het land van de Sovjets’ in 1929 voor het tijdschrift ‘Le Petit Vingtième’.


In dit eerste Kuifje verhaal stuurt de krant ‘De Kleine Twintigste’ reporter Kuifje naar de Sovjet-Unie om de lezers op de hoogte te brengen van wat daar allemaal gebeurt. Al snel blijkt het beeld dat de kers verse natie over zichzelf naar buiten brengt niet te kloppen en dat de boze Bolsjewieken geen enkele methode schuwen om te voorkomen dat Kuifje de waarheid naar buiten brengt.


Over duidelijk is dat de propaganda van de pagina’s af spat. Er is geen enkele pagina waarop we niet worden gewezen op het dreigende gevaar dat deze nieuwe communistische staat vormt voor de westerse beschaving. Is dit erg? Ik zou zeggen ‘nee’. Een van de redenen is dat iedereen die een beetje heeft opgelet tijdens de geschiedenisles wel kan begrijpen dat dit niet echt gebaseerd is op werkelijke feiten. En voor wie heeft zitten slapen tijdens de les of gewoon te jong is zal de begrippen Sovjet-Unie en Bolsjewieken waarschijnlijk weinig zeggen, want de Sovjet-Unie bestaat niet meer, het begrip Bolsjewieken wordt niet meer gebruikt en de Communisten vormen geen bedreiging meer.


Wat over blijft is een verhaal met grappige situaties dat vol vaart wordt verteld. Dat laatste komt waarschijnlijk omdat Hergé het verhaal tijdens het maken bedacht. Het is waarschijnlijk daarom een aaneenschakeling van actie scenes geworden. Je kunt van alles vinden van Hergé als man en zijn Kuifje strips, maar niet te ontkennen valt dat Hergé met Kuifje het striplandschap volledig veranderd had. Niet alleen met de manier van het vertellen van een verhaal, maar ook met de nieuwe tekenstijl die de Klare Lijn wordt genoemd.


Iemand van de Linkse Socialistische Partij schreef op zijn / haar blog over de ingekleurde herdruk die Casterman had uitgebracht ter ere van 100 jaar Russische Revolutie: ‘Het wel erg dominante anticommunisme gaat gepaard met alle mogelijke clichés.’ Verderop schrijft deze blogger: ‘Op het einde van zijn leven rechtvaardigde Hergé de propaganda in zijn eerste strips door te verwijzen naar de politieke context van die tijd, alsof toen dergelijke racistische ideeën algemeen aanvaard werden.’
Zelf denk ik dat Hergé toch wel een punt heeft als het gaat om dit eerste album. Voor de duidelijkheid ik heb het niet over de latere Kuifje albums. Het was 1929, het was normaal om je eigen land, ras en geloof superieur te vinden. Wie denkt dat de Eerste Wereld oorlog, die elf jaar daarvoor beëindigd was, de volkeren dichter bij elkaar hadden gebracht vergist zich. In september 1917 schreef de Duitse socioloog Max Weber ‘Vandaag staat er aan het westfront een bende Afrikaanse en Aziatische wilden, en een allegaartje van dieven en armoezaaiers van over de hele wereld.’
Het Grote Britse Rijk zetten 1,4 miljoen Indiase soldaten in, Frankrijk een half miljoen mannen uit Afrika en Indochina en de Amerikanen rekruteerden 400.000 Afro-Amerikanen. De algehele tendens was dat deze soldaten ‘niets meer dan vuile negers’ waren die alleen konden dienen als kanonnenvoer. Ik denk niet dat deze mentaliteit in 11 jaar veel verandert kan zijn. Dus ja, ik vind dat we dit album in een historische context moeten plaatsen.


Wat de cliché’s betreft moet ik toegeven dat daar er wel wat van in zitten. Uitglijden over een bananenschil was inderdaad zelfs in 1929 al een cliché, maar Hergé bedacht ook elementen die nu een cliché zijn, maar in 1929 absoluut origineel waren. Denk aan een super zakmes waarmee je een propellor uit een boomstam kunt snijden. De totale absurditeit van het idee maakt het des te grappiger. Bij mijn weten had niemand voor 1929 dit soort gadgets gebruikt. Nu is het cliché geworden omdat het zo veelvuldig wordt gebruikt in de populaire James Bond films.


Na alle Kuifje albums gelezen te hebben, moet ik tot de conclusie komen dat ‘Kuifje in het land van de Sovjets’ toch wel mijn meest favoriete is.